4. Use case kalkzandsteen

Dragend/niet dragend, hoe er mee om te gaan?

Bij de lancering van de BIM basis ILS 2 is getracht meer duidelijkheid te geven m.b.t. de invulling van de parameter LoadBearing. Als je de letterlijke vertaling hanteert, namelijk ‘belasting dragend’, dan kun je jezelf de vraag stellen welke belasting wordt gedragen? Betreft het rustende belasting, opgelegde belasting, sneeuwbelasting, windbelasting, bijzondere belastingen, etc.? Feitelijk zouden dit allemaal aparte properties kunnen zijn in IFC. Het opsplitsen van deze verschillende belastingen streeft zijn doel (voorlopig) nog voorbij, daarom is in BIM basis ILS 2 de volgende betekenis aan de property LoadBearing gegeven:

  • Primaire constructieve onderdelen die wel bijdragen aan de standzekerheid van het gebouw hebben dan voor de LoadBearing-parameter de waarde TRUE.
  • Secundaire constructieve onderdelen die niet bijdragen aan de standzekerheid van het gebouw (zoals bijvoorbeeld UNP-randregels rond een overheaddeur) hebben dan voor de LoadBearing-parameter de waarde FALSE.

Praktische invulling

Hier een praktische invulling aan geven lijkt eenvoudiger dan het is. Welke constructieve onderdelen dragen bij een de standzekerheid van het gebouw? Primaire constructieve onderdelen zoals kolommen, liggers, wanden, vloeren  en spanten dragen hier aan bij en zijn dus LoadBearing TRUE (groen).

Secundaire constructieve onderdelen, zoals niet dragende binnenspouwbladen van  kalkzandsteen doen dat niet en zijn dus LoadBearing FALSE (rood).

Bijvoorbeeld dragende binnenspouwbladen van gevels die fungeren als stabiliteitswanden in een gebouw zijn LoadBearing TRUE (donkergroen in dit voorbeeld). Maar ook een penant in binnenspouwblad van een gevel die een LoadBearing balk draagt, is LoadBearing TRUE (lichtgroen in dit voorbeeld).

Wandsegmenten die niet bijdragen aan de standzekerheid van het gebouw, zoals niet dragende binnenspouwbladen, zijn LoadBearing FALSE (rood).

Zuiver aspectmodel

Deze verdeling van wandsegmenten van kalkzandsteenbinnenbladen van gevels in het constructieve prestatiemodel mag dan wellicht niet overeen komen met de wensen van de leverancier van de kalkzandsteenwanden in relatie met het kalkzandsteen productiemodel, maar het zorgt wel voor een zuiver constructief prestatiemodel.

Hierdoor ontstaat namelijk de situatie dat in beheerfase, de juiste informatie voorhanden is in het constructieve prestatiemodel met daarin alleen de primaire constructieve onderdelen die bijdragen aan de standzekerheid van het gebouw.  Deze primaire constructieve onderdelen kunnen dus niet verwijderd worden zonder aanvullende constructieve beschouwing.

Het is noodzakelijk om de primaire constructieve kalkzandsteen-onderdelen (LoadBearing TRUE) en de secundaire kalkzandsteen-onderdelen (LoadBearing FALSE) in een apart IFC-model te exporteren. Op deze manier is het namelijk mogelijk dat binnen een projectteam de volgende demarcatie kan worden toegepast:

  • Primaire constructieve kalkzandsteen-onderdelen die wel bijdragen aan de standzekerheid van het gebouw hebben dan voor de LoadBearing-parameter de waarde TRUE. Dit prestatiemodel wordt gemodelleerd door de constructeur;
  • Secundaire kalkzandsteen onderdelen die niet bijdragen aan de standzekerheid van het gebouw hebben voor de LoadBearing-parameter de waarde FALSE. Dit prestatiemodel kan gemodelleerd worden door de constructeur of door de architect / bouwkundige engineer. Het verdient de voorkeur de secundaire kalkzandsteenonderdelen te laten modelleren door de architect / bouwkundige engineer, zodat deze partij ook de ‘eigenaar’ is van de bouwkundige sparingen (ramen en deuren) die in deze wanden zitten;

Uiteraard is het zaak dat in de coördinatie van de kalkzandsteenwanden in het constructieve prestatiemodel met de kalkzandsteenwanden in het bouwkundige prestatiemodel, een goede onderlinge afstemming plaats vindt. Doublures en doorsnijdingen van kalkzandsteenwanden zijn hierbij niet toelaatbaar. Tevens dienen ook de materiaaleigenschappen van de kalkzandsteenwanden in beide prestatiemodellen eenduidig op elkaar te zijn afgestemd.

Op deze manier kan de leverancier aan de hand van deze twee prestatiemodellen zijn eigen productiemodel creëren.

Door:

Leon Leenders, Ingenieursbureau Verhoeven en Leenders BV
Anke Zuiker, Vericon
Joran Grentzius, Duyts Bouwconstructies BV

Software:

BIMcollab Zoom, Revit